1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Je wordt geboren.
Je groeit op
en veel liefde ontvangen.
Liefde geven, leed en verdriet.
Pijn en geestelijk, niemand die het ziet.
Knagend van binnen, lijd je eenzaam door je leven.
Je kan het nergens kwijt.
Je begin te twijfelen of je het wel goed hebt gedaan in je menselijke bestaan.
Je zit nu te wachten achter het gordijn.
Je lijdt aan een vreselijke ziekte.
Je kinderen laten je staan.
Ze komen je niet bezoeken.
Je staart in de verte vanuit je bed naar het raam.
Je wil weg uit je leven, een leven zonder een bestaan.
Niemand die om je geeft
en jij veel pijn van je ziekte heeft.
Je ligt nu eenzaam en verlaten in je kamertje van vier bij vier.
Je wou dat ze je kwamen halen.
De dood, ja dat is het wel misschien.
Je sloot je ogen, je hoorde stemmen in de verte.
Een lieve stem die jou vertelde,
dat het tijd werd dat je heen zal gaan.
Je hoorde mooie muziek, een helder licht.
Je adem stokte, je viel in een diepe slaap.
Eindelijk, je bent bevrijd uit je verdomde eenzaamheid.
Nu hoef je niet meer te vechten tegen je pijn
en dat er nooit iemand bij je wilde zijn.
Rust zacht mijn beste.
Ik zal altijd aan je denken.
En in mijn hart zal ik met veel warmte terug aan je denken.
Want dat is het enigste wat ik jou in mijn gedachte nu nog kan schenken.