1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

In gedachten verzonken.
In je hoofd hoorde je alleen bonken.
Niks was meer duidelijk voor jou,
niets meer dan rauw.
Tranen stonden je nader dan het lachen.
Er was niemand in jou leven,
die jou stond op te wachten.
Waarom moest jou dit over komen?
Wat is nu een leven zonder mooie dromen?
Ik wil er voor jou zijn
en deel je verdriet en je pijn.
Verlos jezelf van al je ellende.
Al gil je tot God, die jij zo graag wilt zien,
dat die jou van deze ellende verlost.
Maar als hijĀ  zal bestaat waarom heeft hij
jou dan zolang in de kou laten staan?
Waarom laat hij dan alle ellende voortbestaan.
Hier en daar zie je een traan.
Ik denk dat het zo is: "Een preek is mooi,
maar het is en blijft toch een rotzooi op de wereld."
En zie het bij jou.
Ik zie jou als een lieve vrouw
die teveel achter haar kiezen heeft
en dus nog steeds in haar verleden leeft.