1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Jij bent een sierlijk hengst,
die veel opbrengt.
Staat te trappelen
van ongeduld,
want jij werd gehuld.
Vele staan naast jou.
Zij keek toe en werd moe
van al dat gedoe.
Mensen denken
deze hengst te kennen
en begonnen hem te verwennen.
Zij die bij hem hoort
werd niet gehoord.
Zo nu en dan
de grond in geboord.
Samen zijn vond de hengst
ook wel fijn,
maar hij wilde haar niet aan zijn zijde.
Hengst wil de teugels zelf in handen houden
en dat ging haar vreselijk benauwen.
De hengst wilde dat zij niet zo door dramde over alles.
Zij wou dat de hengst eens wist
wat zij voelt aan gemis.
Wou zij dat ze deze hengst het eens duidelijk kon maken
wat zij nu eigenlijk mist.